Solderen voor beginners

Gebruik een soldeerbout met een vermogen van zo’n 30 Watt, die speciaal voor het solderen van elektronica is bedoeld. Daarnaast heb je soldeerdraad nodig voor het solderen van elektronica. Dit heet ook wel 60/40 (60% tin, 40% lood). Dit soldeerdraad smelt bij ongeveer 185°C. Neem soldeerdraad met een doorsnee van 2 a 3 mm waarin een harskern zit. Die harskern fungeert als een vloeimiddel dat er voor zorgt dat het soldeer zich makkelijk hecht en mooi uitloopt over het te solderen materiaal. Het materiaal (ijzer, blik, koper, messing, brons) wat je wilt solderen moet schoon zijn. Desnoods krap je het met een mesje schoon of haal je er een schuurpapiertje overheen.


De delen die aan elkaar gesoldeerd moeten worden dienen eerst beiden 'vertind' te worden. Dit doe je door de soldeerbout op het te solderen oppervlak zetten en een klein beetje soldeer aan te brengen. Dit laagje moet uitvloeien. Dit uitgevloeide laagje soldeer zorgt er straks voor dat de soldeerbout het te solderen oppervlak optimaal kan verwarmen. Rook geeft aan dat het vloeimiddel in het soldeer aan het verdampen is. Voordat de rook verdwenen is haal je de bout weg. Nu is het oppervlak vertind.


Wil je bijvoorbeeld een stroomdraad op het pootje van een zekering of twee stroomdraden aan elkaar solderen zorgt er dan voor dat betreffende stroomdraad eerst geheel gevuld is met soldeer, voordat je beide onderdelen aan elkaar soldeert. Je doet dat door de stroomdraad met je soldeerbout heet te maken en de soldeerdraad vervolgens tegen de stroomdraad aan te houden. Je zult zien dat het soldeer door de stroomdraad wordt opgenomen. Zit hij vol haal dan het soldeer en de soldeerbout weg.


Nu ga je beide delen aan elkaar solderen. Je brengt beide delen onbewegelijk samen, waarna je de soldeerbout tegen genoemde combinatie van onderdelen houdt. Laat het metaal heet worden. Dat duurt ongeveer 5 seconden. Zodra het te solderen materiaal warm genoeg is dien je een verse hoeveelheid soldeer aan te brengen. Dit doe je door het soldeer tegen de plaats waar de verbinding moet komen te houden. Haal de bout weg als het tin gaat vloeien. Laat de verbinding afkoelen (niet blazen). Als het tin dof wordt zitten de onderdelen aan elkaar vast.


 
@ Martin van Drie