|
|
|
Basisfuncties programmeren
In onderstaand schema is de volgorde waarin je de zender programmeert weergegeven.

De volgorde waarin je de zender programmeert is (de nummers komen overeen met het schema):
- Allereerst geef je de helikopter een nummer en een naam. Het nummer is de identificatie (de geheugenplaats van de helikopter in de zender);
- Kenmerkend voor het overbrengen van stuurbewegingen op je helikopter is het type swashplate dat hij heeft. Veel van de functies van de zender steunen op het ingestelde type. Reden om dit als tweede in te stellen;
- De volgende stap is er voor te zorgen dat de servo´s de swashplate de juiste kant op laten bewegen, maar ook de staartfuncties in de juiste richting laten bewegen;
- Bewegen de servo’s de juiste kant op dan ga je ervoor zorgen dat de swashplate in zijn geheel op en neer beweegt, als je min of meer gas geeft;
- Nu ga je de servo’s uitlijnen. Met andere woorden: je gaat in principe de servo-hoorntjes parallel plaatsen aan de onderkant van de swashplate;
- Daarna ga je de bewegingsruimte van de swashplate instellen. Ook dit is bijvoorbeeld nodig als je, ten gevolge van extreme stick bewegingen, tegen de mechanische grenzen van je helikopter aanloopt;
- Nu ga je de throttle- en pitchcurven instellen. Allereerst begin je met de standaard throttle- en pitchcurven en vervolgens stel je de curven voor IDEL UP1 en 2 in;
- Nu is het tijd de gyro globaal in te stellen;
- Het instellen van de timer helpt je te zien of je accu of tank leeg raakt;
- Het instellen van fail safe helpt je ongelukken te voorkomen als de verbinding tussen de zender en de ontvanger onverhoopt wegvalt
- Ook stel je autorotatie in. Gebruik je hem (niet direct daarvoor) dan kun je de functie ook gebruiken om ervoor te zorgen dat je motor niet gaat draaien, bijvoorbeeld als je je helikopter verplaatst.
|
|