De bladhoek instellen
Nu controleer je of de bladen een gelijke hoek naar boven en beneden kunnen maken (pitch). Om dat te controleren en zo nodig te herstellen ga je als volgt aan de slag:
- Maak de drie draden die de motor verbinden met de stroomverdeler weer los;
- Maak de verbinding met de accu los, als deze al is aangesloten;
- Plaats alle sticks en alle trims in het midden;
- Zet de ‘idle up’ schakelaar op 3D/Kunstvlucht vliegen (trek deze schakelaar naar je toe);
- Zet beide draaiknoppen (pitch en gyro) op de middelste stand;
- Zet de zender aan en wacht tot dat deze gereed is (het lampje op de zender niet meer knippert);
- Zorg ervoor dat de ‘flybar’ horizontaal staat;
- Sluit de accu aan op de helikopter. Als gevolg daarvan worden onderneer alle servo’s automatisch in de neutrale stand geplaatst.
De rotorbladen dienen nu horizontaal te staan (pitch 0 graden). Nu kun je gaan controleren of de bladen een gelijke hoek naar boven en beneden kunnen maken. Je doet dat als volgt:
- Zet de hefrotorbladen nu in de stand die op onderstaande foto is weergegeven;

- Maak de verbinding met de accu los en sluit hem daarna weer aan. Dit doe je om zeker te weten dat je door het verschuiven van de hefrotorbladen de neutrale stand niet per ongeluk hebt verschoven;
- Duw nu de throttle-stick helemaal van je af en meet de afstand op zoals in onderstaande foto is aangegeven. Trek vervolgens de throttle-stick helemaal naar je toe en meet betreffende afstand weer op. Beide afstanden moeten (bij 3D-vlucht) in principe gelijk zijn. Met andere woorden: de positieve en negatieve hoek dienen in dit geval gelijk te zijn.

Wat je ook kunt doen is een ‘pitch gauge’ gebruiken om de hoek die de hefrotorbladen maken te controleren of in te stellen. Je schuift ‘pitch gauge’ op één van de rotorbladen – op ongeveer een derde van de lengte - en kijkt vervolgens welke hoek elk blad maakt ten opzichte van de ‘flybar’.
|